Als je een suikergevoelig paard hebt, is het heel belangrijk om de suikerinname te beperken. Toch is er vaak veel onduidelijkheid over hoe dat precies zit en wat nu écht belangrijk is. In deze blog zet ik de belangrijkste feiten overzichtelijk op een rij.
1. Ruwvoer bevat het meeste suiker
Veel mensen letten goed op het suikergehalte van het voer in de voerbak. Maar wist je dat je paard juist de grootste hoeveelheid suiker binnenkrijgt via gras en hooi? Ruwvoer vormt dus de belangrijkste bron om kritisch naar te kijken.
2. Onbeperkt hooi is niet altijd geschikt
Een sober of suikergevoelig paard kan vaak niet onbeperkt hooi eten. Alleen als je paard intensief wordt gereden (met veel draf en/of galop) én er niet te dik van wordt, kan dit soms wel.
Wordt je paard te dik? Dan lost dat probleem zichzelf niet op. Je zult dan de energie-inname moeten verlagen en/of het energieverbruik moeten verhogen.
3. Paarden reguleren op basis van vezels, niet calorieën
Een veelgehoorde misvatting is dat paarden stoppen met eten wanneer ze genoeg energie binnen hebben. Dat is niet zo!
Paarden reguleren hun hooiopname op basis van vezels. Ze eten een bepaalde hoeveelheid vezels en stoppen daarna, ongeacht het aantal calorieën dat ze hebben binnengekregen.
👉 Dit betekent dat het essentieel is dat je hooi energiearm is en past bij de behoefte van jouw paard.
4. Overgewicht
Wanneer rantsoen, beweging en management niet goed aansluiten bij een sober paard, ontstaat vaak overgewicht.
👉 Het behouden van een gezond gewicht is essentieel
5. Gras is vaak (veel) te rijk
Gras bevat vaak te veel suiker én energie voor een suikergevoelig paard. Daarom is het meestal nodig om weidegang te beperken of (tijdelijk) helemaal te stoppen.
Wist je dat een paard in ongeveer 6 uur grazen al zijn volledige dagelijkse energiebehoefte kan opnemen?
6. Het gaat om het totaalplaatje, niet om losse ingrediënten
Vaak ontstaat er onnodige angst rondom bepaalde ingrediënten, zoals melasse. Maar het gaat niet om één enkel ingrediënt, het gaat om het totale suikergehalte van het voer..
👉 Kijk dus altijd naar het totale rantsoen én de analyse van het voer, in plaats van je blind te staren op losse ingrediënten.
✅ Nu je dit weet, wat kun je concreet doen?
- Kies geen krachtvoer met meer dan 10% suiker en zetmeel gecombineerd
- Geef geen grote porties aanvullend voer, maar werk met kleine, gecontroleerde hoeveelheden
- Is je paard zeer suikergevoelig? → Laat hem dan niet op de weide
- In andere gevallen: beperk weidegang, bij voorkeur in tijd én gebruik een graasmasker (dat ook als “slowfeeder” werkt)
- Is je paard fit en mag hij bewegen? → Ga meer rijden
- Langer dan een half uur per keer
- Minimaal 3–4 keer per week
- Bij voorkeur minimaal 20 minuten draf per sessie
→ Dit ondersteunt een gezonde stofwisseling
- Kijk kritisch naar het hooi
- Niet alleen het suikergehalte moet laag zijn
- Ook de energiewaarde moet laag genoeg zijn om een gezond gewicht te behouden
- En let op of de hoeveelheid hooi passend is
🌿 Tot slot
Een suikergevoelig paard vraagt een bewuste en consequente manier van voeren en managen. Het draait niet om één “fout” ingrediënt, maar om het totaalplaatje: ruwvoer, beweging, gewicht en balans in het rantsoen.
Door kritisch te kijken en kleine, doordachte keuzes te maken, kun je al een enorm verschil maken voor de gezondheid van je paard — nu én op de lange termijn.
👉 Uiteindelijk is het doel simpel: een fit en gezond paard dat lekker in zijn vel zit.
Wil je hier hulp bij of persoonlijk advies? Dan help ik je graag om samen het beste plan voor jouw paard te maken 🐴✨


